7 zonden 7 deugden

Ik ben niet gelovig. Maar dat wil niet zeggen dat er in het katholiek geloof geen interessante, leerrijke concepten zitten. Iedereen heeft al wel eens gehoorde van de 7 hoofdzonden: hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, jaloezie, gulzigheid, woede en traagheid. De 7 deugden, tegenhangers van de 7 hoofdzonden, zijn waarschijnlijk minder bekend. Aangezien ik graag de nadruk op het positieve leg bezin ik mezelf vandaag aan de hand van deze 7 deugden. Welke vind ik belangrijk? Welke deugd bezit ik reeds en aan welke moet ik nog werken?

Een deugd is een goede eigenschap van de mens, volgens Plato kunnen Deugden aangeleerd worden.

  • Prudentia – Wijsheid
  • Iustitia – Rechtvaardigheid
  • Temperantia – Matigheid
  • Fortitudo – Moed
  • Fides – Geloof
  • Spes – Hoop
  • Caritas – Naastenliefde

De eerste vier Deugden worden ook wel de Kardinale Deugden genoemd en werden bedacht door Plato, Aristoteles en Cicero. De andere drie zijn de Goddelijke Deugden en werden bedacht door Thomas van Aquino. (bron: website ‘Zeven zonden‘)

Wijsheid: Onder wijsheid wordt verstaan de kunst om in alle levensomstandigheden juist te oordelen en te handelen.
Mijn naam ‘Sofie’ betekent in het Grieks wijsheid en ik denk dat deze naam heel toepasselijk is voor mij. Niet dat ik altijd juist bén maar ik probeer wel altijd zoveel mogelijk informatie te verzamelen en grondig na te denken zodat ik zo juist mogelijk kan oordelen en handelen. Ik moet opletten dat dit niet doorslaat in piekeren en twijfelen, het andere uiterste.

Rechtvaardigheid: juist en eerlijk handelen
In mijn ogen overlapt deze deugd grotendeels met de voorgaande. Concreet probeer ik door gebruik te maken van voedselteams en het kopen van Fair Trade producten de eerlijke handel (letterlijk opgevat) zoveel mogelijk te steunen.

Matigheid: de mens die zich matigt om hogere doelen in het leven te bereiken (zelfbeheersing)
‘Matigheid is een hulpmiddel om je grenzen te bepalen als mens, en om die grenzen ook aan te houden in ons omgaan met anderen en onszelf’ (bron) Te veel willen doen, te hoge eisen stellen aan mezelf maar ook aan anderen, daar maak ik me wel eens schuldig aan.

Moed: de bereidheid de confrontatie met lichamelijke pijn, tegenslag en levensbedreiging, onzekerheid, angst en intimidatie aan te gaan en te doorstaan.
Ik ben moedig als het gaat om opkomen voor anderen maar in het opkomen voor mezelf ben ik soms minder moedig. Deze deugd had ik mijzelf dan ook graag aangeleerd.

Geloof: ruim opgevat, overtuiging dat iets waar is of bestaat
Zoals ik al aangaf geloof ik niet in het bestaan van een God. In het algemeen heb ik het moeilijk om in iets te geloven waarvan er geen bewijs is. Is dit slecht? Ik denk het eigenlijk niet.

Hoop: de onzekere verwachting dat een bepaalde gewenste gebeurtenis zal plaatsvinden
Ik ben deels hoopvol over de toekomst van deze wereld. Enerzijds merk ik dat er steeds meer politieke wil is om milieuvriendelijke maatregelen te treffen, anderzijds neemt ook de ‘ieder voor zich’ mentaliteit toe. Ik denk dat het belangrijk is om te blijven hopen, zodat de wil blijft bestaan om positieve veranderingen te realiseren.

Naastenliefde: de liefde voor de medemens
Ik voel mij sterk verantwoordelijk voor het welzijn van mijn medemensen. Zeker als mama zijn die gevoelens heel sterk zijn ten opzichte van mijn eigen kindjes maar ook het welzijn van andere mensen ligt mij nauw aan het hart al zou ik daar wel wat meer voor kunnen ondernemen.

Ik denk dat het zinvol is om van tijd tot tijd eens te bezinnen. Wie ben ik? Wat doe ik goed of minder goed? Wat wil ik bereiken? Het kan ons alleen maar helpen om een betekenisvol leven te leiden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *