Reizen naar en in Charleroi: hoe doe je dat?

Gisteren kregen jullie al een voorproefje van onze citytrip naar Charleroi door gastblogger Thijs, die gaf een blik achter de schermen vrij. Vandaag krijgen jullie de tweede blogpost uit de reeks: de reis zelf. Verder volgen er nog posts over de stad, het eten, de musea en de natuur. Niet dat ik met dit reeksje wil stoefen over de dingen die we gedaan hebben of onze manier van reizen wil opdringen. Met deze blogposts wil ik jullie gewoon ideetjes bezorgen om er zelf op uit te trekken! Voor de duidelijkheid, dit was een weekendje weg zonder kindjes. Gewoon omdat wij daar zin in hadden (en fantastische schoonouders hebben die de kindjes met plezier een weekendje vertroetelen). Met kinderen had dit weekendje er zeker en vast totaal anders uitgezien.

Oorspronkelijk speelde het idee om met de trein naar Charleroi te gaan. We hadden een hotel vlak bij het grote, mooie station en de stad was niet al te groot en dus perfect te voet te verkennen. Bovendien heeft de trein als voordeel dat niemand moet rijden en zouden we dus allebei onderweg iets leuk kunnen doen, lezen bijvoorbeeld. Maar er kwam toch wat twijfel. We wouden zondagavond liefst zo weinig mogelijk tijd verliezen om de kindjes op te halen en dan was het gemakkelijk als we met de auto gewoon door konden rijden. Bovendien waren er enkele musea en bezienswaardigheden buiten het centrum, we wilden liefst niet al te veel tijd verliezen met het wachten op bussen. Tenslotte konden er met de auto ook nog wat gezelschapsspelletjes mee. Je raadt het al, we kozen uiteindelijk toch voor de auto. Op de moment zelf bleek dit een goede keuze te zijn want door een personenongeval lag het treinverkeer tussen Antwerpen en Brussel die ochtend een tijdje stil. Onze auto plaatsten we op een goedkope betaalparking (5 euro/ 24 uur) in de buurt van het hotel waar hij bleef staan tot zondagmorgen. Een bezoekje aan het ‘Office du Tourisme’ leverde ons tonnen informatie op over de bezienswaardigheden. Vervolgens startten we met een rondwandeling in de stad en een bezoekje aan het recent geopende shopping center ‘Rive Gauche’. Ook de volgende dag hadden we onze auto niet nodig, we kozen voor een wandelingetje naar het fotomuseum in Marcinelle, een goeie 3 km van ons hotel. Onze benen brachten ons ook op het Belfort voor een prachtig uitzicht over de stad en naar Quai 10, een cultuurcentrum gewijd aan film en games, dat helaas gesloten was. Zondag verlieten we ons hotel en namen we de auto naar ‘Le bois du Cazier’ in Marcinelles voor een kijkje op de vroegere mijnsite. Ook dit was in theorie te voet te doen want slechts 3,5 km van het hotel verwijderd. Van daaruit reden we naar het nabijgelegen ‘bois du Prince’ (op 1,4 km van de mijnsite) voor een boswandeling en tenslotte vervolgden we onze weg terug naar huis.

Besluit: De auto is niet nodig voor een bezoekje aan Charleroi. Alle bezienswaardigheden en musea zijn mits een kleine wandeling te voet bereikbaar. Er is ook een busverbinding naar Marcinelle die gebruikt kan worden voor een bezoek aan het fotomuseum of de mijnsite. Hoewel de auto niet helemaal past in het principe van ‘slow travelling’ zorgde die bij ons wel voor heel wat tijdswinst waardoor we vrijdag snel in Charleroi waren en zondag nog heel wat dingen konden ontdekken voordat het tijd was om terug naar huis te gaan . Zo konden wij dus op ons gemakske Charleroi ontdekken, toch ook een beetje slow travelling, niet?

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *