Charleroi, een stad met een rijk verleden zoekend naar een nieuwe toekomst

Charleroi, waarom zou je daar naartoe gaan? Wat valt er daar te zien? Vragen die we op voorhand kregen en waarop we nu eindelijk kunnen antwoorden. Er is namelijk best veel te zien! We hadden op voorhand al gevonden dat de mijnsite ‘Le bois du Cazier’ zeker de moeite waard was en dat de bossen rondom mooi waren om in te wandelen. Ook het fotomuseum sprak mij wel aan. Een bezoekje aan de toeristische dienst leerde ons dat er nog veel meer plekjes te ontdekken waren.

Charleroi wordt opgevrolijkt door meerdere standbeelden van stripfiguren. Zo kwamen we Robbedoes en Kwabbernoot tegen, Lucky Luke en Marsipulami. Deze en nog veel meer striphelden vinden hun oorsprong bij uitgeverij Dupuis die in Marcinelle gevestigd is.

Naar aanleiding van het 350 jarig bestaan van Charleroi vorig jaar werd er met metalen pijltjes op het voetpad een parcours uitgestippeld langs de grootste bezienswaardigheden van de stad. We zagen:

  • het prachtig vernieuwde station van Charleroi en de heraangelegde Samberkaaien
  • de Sint-Kristoffelbasiliek met een mozaïek uit glas en goud: oorspronkelijk stond er op de plaats van de basiliek een garnizoenskapel, gebouwd in 1667 in opdracht van Lodewijk XIV. Later werd dit de parochiekerk en in 1722 werd de kerk aan Sint-Christoffel gewijd die vroeger vereerd werd in het gehucht Charnoy.  Het gebouw heeft in de loop der eeuwen heel wat verbouwingen en renovaties ondergaan, vooral tussen 1955 en 1958. Hoewel de inwoners van Charleroi de kerk ‘de basiliek’ noemen heeft zij niet officieel deze titel. Het mozaïek is een kunstwerk van Jean Ransy en heeft een oppervlakte van 200 vierkante meter. Het werk bestaat uit een miljoen vierkantjes van gekleurd glas waarvan sommige bedekt zijn met een flinterdun laagje bladgoud. Het illustreert de tekst van de Apocalyps van de heilige Johannes.
  • het stadhuis met belfort gebouwd in de jaren 30 in art decostijl: het belfort, het embleem van gemeentelijke vrijheden, is het jongste van België en staat op de UNESCO werelderfgoedlijst. De toren is 70 meter hoog en van daaruit heb je een goed uitzicht over Charleroi. Het belfort is alleen toegankelijk op vaste tijdstippen. De dames van het office du tourisme vertelden ons dat we zaterdag om 14.30u het belfort konden bezichtigen. Daar aangekomen bleken we de enige geïnteresseerden. Eén van de dames van het office du tourisme vergezelde ons met de sleutel tot aan de top van de toren. Onderweg leidde de trap langs infopanelen met de geschiedenis van Charleroi. In het stadhuis kwamen we ook drie reuzen tegen. De eerste twee reuzen (D’jean en D’jène) stammen uit 1934, ze zijn 4,60m groot en vertegenwoordigen de burgers van een vroegere wijk. Ze dragen dan ook de alledaagse kleding van de arbeidersbevolking uit de tweede helft van de 19de eeuw. Zoon D’jambo werd ‘geboren’ in 1987.
  • de moderne politietoren

Maar we kwamen ook heel wat vervallen gebouwen tegen die getuigen van een vergane glorie. Zo was er bijvoorbeeld het Maison des Médecins, gebouwd in het begin van de 20ste eeuw in jugendstil stijl. Een voorbeeld van de rijkdom van toen die door zijn verlatenheid des te meer de achteruitgang van nu toont. Ook op de baan naar Marcinelles kwamen we vele mooie, grote maar verlaten huizen en winkels tegen. Het was duidelijk dat Charleroi eens een bloeiende industrie had maar die niet had weten aan te passen wanneer de steenkool- en staalindustrie uitdoofden. Ook vandaag de dag nog staat Charleroi voor de uitdaging om zich aan te passen aan de moderne tijd. Twee weken voor onze komst opende het gigantische shopping center ‘Rive Gauche‘ de deuren, de zakken van Primark waren niet te negeren in het straatbeeld. Het effect van de bouw van dit shoppingcenter was duidelijk merkbaar in de binnenstad en resulteerde in een verlaten winkelstraat met lege winkels. Het lijkt dat Charleroi opnieuw voor de uitdaging staat om zich aan te passen aan een veranderende wereld!

   

3 gedachten over “Charleroi, een stad met een rijk verleden zoekend naar een nieuwe toekomst

  1. Ik hoor vaak dat Charleroi zo’n vuile stad is… maar het is soms ook gewoon een kwestie van de leuke plekjes te ontdekken 🙂
    Wel heel jammer dat die prachtige gebouwen niet (goed) onderhouden worden, want het zijn echt kunstwerkjes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *