Charleroi: kunst en cultuur voor iedereen!

Zoals elke stad heeft ook Charleroi zijn musea. Zo is er het ‘Museum voor Schone Kunsten’, museum van de jagers te voet, Bouffioulx (dorp van meester-pottenbakkers), museum van de folkloristische marsen van Entre-Sambre-et-Meuse, het cultuurwetenschappelijk centrum van de ULB en het kasteel van Trazegnies. Deze bezochten wij niet.  Wij kozen de drie musea die ons op dat moment het meest aanspraken: BPS 22 (moderne kunst), het fotografiemuseum en de mijnsite ‘Bois du Cazier’.

B.P.S. 22

Is het museum voor plastische kunst van de provincie Henegouwen, gelegen in een glazen fabriekshal die opgericht werd ter gelegenheid van de Industrie- en Handelstentoonstelling van 1911. Wij zagen er het werk van Marthe Wéry (1930-2005) dat tentoongesteld werd in de prachtig gerenoveerde hal. Ik moet zeggen dat mijn voorliefde voor moderne kunst initieel beperkt was maar hoe meer ik het zie hoe meer ik het kan appreciëren. Maar nog boeiender dan het werk zelf vond ik de tentoonstelling over hoe het werk gegroeid was en tot stand is gekomen.

Het fotomuseum

Het museum is een van de grootste fotomusea van Europa en bestaat uit drie delen: een permanente verzameling, tijdelijke exposities en een ontdekkingsruimte. Achter het museum ligt het vroegere park van de karmelieten, waar we tijdens ons bezoek door een raam een groepje aan Tai chi zagen doen. De tijdelijke collectie bestond uit werken van Jeanloup Sieff (1933-2000), een franse fotograaf bekend om zijn modefoto’s en portretten, vooral van vrouwen was mijn indruk. In de permanente collectie kon je de evolutie van de fotografie zien, van de allereerste portretfoto’s, tot reisfoto’s en de foto als kunst. Zowel het materiaal waarop de foto’s gedrukt werden als de onderwerpen varieerden doorheen de tijd. De vierde foto is gemaakt door Paul Nougé (1895-1967), hij doet mij denken aan de uitspraak ‘alle ballen in de lucht houden’… Ook de panoramafoto’s van Wim De Schamphelaere (°1963) waarmee hij verschillende etnografische culturen portretteerd zijn bijzonder en tegelijk mooi. Het museum heeft ook een hele collectie van oude fototoestellen, van de allereerste ‘grote bakken’ tot de moderne compact camera’s hoewel de uitleg erbij naar mijn gevoel te beperkt was. Aan het eind van de tentoonstelling kom je in een ruimte waarin je kunt ontdekken hoe de fotografie werkt. Heel boeiend en eigenlijk iets dat we beter voor de hele rondleiding hadden gedaan.

 

Le Bois du Cazier

Op deze vroegere mijnsite kom je meer te weten over het rijke industriële verleden dat Charleroi gekend heeft en het harde werk dat daarmee gepaard ging. De steenkoolmijn werd opgericht in 1822 en trok heel wat buitenlandse werkkrachten aan. In 1956 gebeurde er een ramp waarbij 262 van de 275 mannen die aan werk waren het leven lieten. Het was een van de eerste rampen die massaal door de media gevolgd werden en staat dan ook in het geheugen van heel wat mensen gegrift. Het museum bevindt zich in de volledig gerestaureerde gebouwen en toont de werking van de mijnen en het verhaal van de ramp. De ‘zaal van de gehangenen’ toont de ingenieuze manier waarop de mijnwerkers hun werkkledij bewaard werd. De vuile, bezweten kledij werd in een hoge goed geventileerde ruimte omhoog gehesen aan haken waar ze ’s morgens bij het binnenkomen hun gewone kledij hadden achtergelaten. In het museum staan ook oude stoommachines uit de vroegere staalindustrie. De schachttorens vormen letterlijk het topje van de ijsberg en de enige verbinding met de mijngangen die zich tot bijna 1000 m diep ondergronds bevinden. In een van de gebouwen is ook het glasmuseum gevestigd. Het procédé van glasblazen en vele honderden voorwerpen worden er tentoongesteld. Tenslotte is er nog de mogelijkheid om de drie aangrenzende terrils met mijnresten te beklimmen. Van daaruit heb je een prachtig uitzicht over Charleroi. Wij deden in totaal ongeveer 3 uur over het bezoek maar er is zoveel te zien en te leren dat het eigenlijk onvoldoende was.

  

  

Oh ja, hoe geweldig is het dat werklozen in het fotomuseum en BPS 22 van het kortingstarief kunnen genieten?! Hoewel ik mij afvraag hoe je dit moet bewijzen, want aangezien ik ook nog mijn studentenkaart van dit jaar had heb ik er niet verder naar gevraagd. In ‘Bois du Cazier’ was er geen vermelding van werklozen maar wel een speciaal tarief voor ‘artikel 27‘. Wat opzoekingswerk leert mij dat het gaat om artikel 27 van de rechten van de mens dat personen in moeilijkheden het recht geeft om korting te krijgen op kaartjes voor culturele activiteiten. Niet dat ik een persoon in moeilijkheid ben maar ik ben wel positief verrast dat deze maatregel bestaat!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *